Verhaal-2015



Martin stopte even bij de deur en haalde nog eens diep adem voordat hij die opende.

Met lood in de schoenen stapte hij het halletje binnen en sloot de voordeur achter zich.

Normaal zou hij zorgeloos z’n tas op de grond laten ploffen, z’n schoenen uitschoppen en z’n jas aan de kapstok slingeren om daarna Karen even “plat” te drukken als begroeting.

Maar zijn huidige stemming liet deze onbezorgde routine nu niet toe.

Deze keer zette hij z’n tas en schoenen netjes neer en pakte zelfs een hangertje voor zijn jas. Probeerde zo om wat tijd te rekken. Om zo lang mogelijk de jobstijding uit te stellen, die hij Karen onvermijdelijk brengen moest.

“Jobstijding”, dacht hij bitter “hoe krijgen ze zo’n woord verzonnen.

Hoe wreed toepasselijk als je je dierbaren moet vertellen dat je je job kwijt gaat raken.”

Karen hoorde hem rommelen in het halletje maar hij kwam maar niet binnen.

Ze keek om de deur en zag zijn gezicht, z’n hele houding… Zo triest…

“Wat is er lieverd”, vroeg ze bezorgd, terwijl ze haar armen om hem heen sloeg.

Martin slikte even, en zei toen zuchtend: “Vandaag gehoord. De overname gaat tóch door, en veel sneller en ingrijpender dan verwacht. Ze wachten niet eens tot volgend jaar. Vóór december worden de ondersteunende afdelingen opgeheven en wordt de productie vanuit het nieuwe hoofdkantoor aangestuurd. Afdeling weg, baan weg, zie maar dat je rond komt…

Ons huis, de hypotheek… Lars z’n school, hoe…”.

Karen legde een vinger op z’n mond. “Kom schat, eerst even zitten en een bakkie thee. Maak je geen zorgen nu. Later zullen we het er over hebben, zaken op een rijtje zetten.

Kijken wat we kunnen en moeten doen. Ben ervan overtuigd dat we er uit gaan komen”.

“Ik verkoop desnoods de motor maar, als het moet”, zei hij nog met een mengeling  van strijdlust en wanhoop. “Oké, als dat de oplossing is, oké, doen we”, zei ze, “nu eerst thee”.


“Kijk, dát bedoel ik nou”. Viktor liet z’n maten de advertentie zien.

“Psies wat ik zoek, ik vind dat zo’n gave machine, die zou ik echt graag willen hebben.

En die kilometerstand, dealer onderhouden, binnenslaper, bandjes bijna nieuw.

Zelfs die kleur is ‘spot on’ en compleet met al ‘mijn’ accessoires.

Ik zag er laatst eentje rijden, echt een plaatje hoor”. Hij zuchtte, “alleen die prijs hè”.

“Is helemaal niet onredelijk hoor, voor zo’n machine”, vond Ed. “In die staat zijn ze meestal echt veel duurder. En bij een dealer helemaal, al krijg je dan wel garantie”.

“Ja oké”, antwoordde Viktor “op zich wel schappelijk, alleen wel een bietje boven budget”.

“Ach, kom op hé, rijke stinkerd. Je hebt een vette kerstbonus gescoord. Zelf gezegd”, zei Ed.

“Ja ja, mag ook zeker niet klagen”, zei Viktor, “maar ik kan niet zomaar die hele pot aan mezelf besteden. Vind het al tof van Ellen dat ik een andere motor mocht kopen, maar we hebben een bedrag afgesproken en daar moet, en wil, ik me wel aan houden hè.

Er moet straks ook nog een kinderkamertje komen, weet je nog ?”.

Ed knikte begrijpend.

“Misschien valt er nog wat aan dat prijsje te doen”,  zei Jos. “Kijk, hier staat ‘wegens omstandigheden’. ‘K weet niet wat die omstandigheden zijn, maar het lijkt me dat iemand

z’n motor hier snel wil verkopen”.

“Jah, kan ook een truuk zijn omdat er iets mis is met dat ding natuurlijk”,  zei Ed.

Viktor reageerde niet meer. Hij had in een stapel motorbladen in de hoek van de kamer een nummer van enige tijd geleden gevonden met een test van “zijn” motor.

Naast zijn stoel op de grond lag een recenter nummer vol met gebruikerservaringen van de machine. Nee, Viktor was even niet aanspreekbaar.


Alles op een rijtje zettend waren Martin en Karen overeengekomen om de motor te verkopen. Niet alleen voor de opbrengst, maar zo spaarden ze ook de kosten uit van  verzekering, wegenbelasting, onderhoud. Zij werkte weliswaar nog, maar hij moest het nu met een WW uitkering doen en wie weet voor hoe lang.

Het belangrijkste was dat ze de hypotheek zouden kunnen blijven opbrengen en dat ze een ‘potje’ hadden als Lars volgend jaar naar de middelbare school zou gaan.

Dat zou nog genoeg gaan kosten; hij moest dan onder andere een nieuwe fiets hebben.

Daar wilden ze tijdig op voorbereid zijn, dus had Martin z’n motor zo snel mogelijk te koop aangeboden; uitstel was nutteloos.

Helaas had er de afgelopen tijd niemand interesse getoond, ondanks de meer dan redelijke prijs. Hij was wat teleurgesteld, al vond hij het niet echt verrassend.

Maar nu december was aangebroken begon hij toch wat onrustig te worden.

“’T is al Sinterklaas, en er heeft nog niemand gereageerd”, zei hij tegen Karen.

“Is natuurlijk ook niet de beste tijd van het jaar. Ten 1e kopen weinig mensen in de winter een motor, gezien het weer en die pekeltroep op de weg en ten 2e, ze kunnen hun geld wel beter gebruiken in deze dure maand. Nou ja, we zullen zien wat er gebeurt.

En toen kreeg hij ineens toch een telefoontje. Karen hoorde hem details van de motor noemen, z’n huidige staat en, in het kort,  z’n onderhoudshistorie en tenslotte de prijs.

“Oké”, hoorde ze hem het gesprek beëindigen, “ja natuurlijk, proefrit kan altijd uiteraard, Ja, tot morgen dan”. Toen hij de hoorn neerlegde keek hij haar opgelucht aan: “Eindelijk  interesse, morgen komen ze langs”.


“Die motor staat nog steeds te koop” zei Jos tegen Viktor.

“Die raakt hij niet zomaar kwijt in de winter, goedkoop of niet. Weinig mensen die nu een motor kopen, in december zijn de centjes meestal op.

Heb je het trouwens nog met Ellen besproken Vik, of heb je echt geen interesse?

Is wel een unieke kans hoor”.

Ed zei: “Ik vertelde het aan m’n broer Sjors, maar hij meent dat je de motor wel voor de helft van de prijs zou kunnen bemachtigen. Hij weet wel een plannetje dat je met een paar maten uit kan voeren, en de eigenaar zal blij zijn dat je hem van dat ‘barrel’ af helpt, volgens Sjors”.

“Ja ja, die plannetjes van Sjors die kennen we onderhand’. Antwoordde Viktor “Maar ik wil  Ellen niet weer moeten vragen om mij van het politiebureau te komen halen”.

“Nee nee, niks illegaals. Er wordt niet ingebroken, verduisterd, gedreigd of wat dan ook, ’t is altijd nog aan de verkoper zelf of hij verkoopt of niet. Nou oké, laat maar weten als je  interesse hebt. Maar ’t kan wel het verschil zijn tussen ‘aan je neus voorbij laten gaan’ of op de ‘motor van je dromen’ rijden…”.

Viktor zweeg en staarde nadenkend voor zich uit. Schudde toen langzaam “nee”.

Maar Ed’s woorden lieten hem niet los, ook ’s nachts niet; ‘motor van je dromen’.

‘s Ochtens belde hij Ed om het plannetje van Sjors te horen; “Edje, vertel eens kerel”.


Martin had de motor voor het huis neergezet.

Nadat Ed zichzelf en z’n broer had voorgesteld richtten ze zich op de motor.

“Ziet er goed uit hoor”, begon Sjors, hiermee het ritueel in gang zettend. De broers liepen om de motor heen, bekeken hem van een paar meter afstand, zoals je een kunstwerk bekijkt, bekeken détails van heel dichtbij, gingen zelfs op de knieën om te proberen de  onderkant te zien, knepen in hendels, testten knopjes. Stelden vraagjes over dit, over dat, mompelden in zichzelf of tegen elkaar, wezen met de vinger, keken tevreden of soms verbaasd of kritisch.

Martin beantwoordde naar eer en geweten de vragen, lichtte toe, probeerde tussendoor vooral ook duidelijk te maken dat de motor puik verzorgd en onderhouden was.

Het gesprek kwam ook op de ‘moeilijke’ tijd om een motor aan te bieden, en  de prijsstelling. Martin legde z’n situatie – zonder in détail te treden – uit en zei resoluut dat het hem goed zou uitkomen als hij hem kon verkopen, maar dat dit toch echt de bodemprijs was. Voor minder zou die zéker niet weg gaan.

Hij had zich goed voorbereid, wist precies wat die motoren in de markt “deden”.

Sjors had motorkleding en een helm bij zich en ging een proefrit maken, terwijl Martin Ed mee naar binnen nam om alle documentatie, boekjes, rekeningen etc. te laten liet zien.

Na een tijdje was Sjors weer terug. Hij parkeerde de motorfiets maar liet de motor lopen. Martin en Ed kwamen erbij. Sjors lag op z’n knieën naast de motor, z’n oor zo dicht als hij maar durfde naast het hete motorblok, en luisterde geconcentreerd. Hij zette de motor uit, gaf de sleutel aan Martin en zei kalm: “Ja, nou begrijp ik dat je hem zo laag aanbiedt”.

“P’don ?” zei Martin geschrokken. “Ja, dat duurt niet lang meer. Je hoort het duidelijk, die gaat uit z’n lagers lopen”. Martin trok wit weg en z’n mond werd droog. “Sorry, daar weet ik niks van. Volgens mij moet hij in orde zijn, hij heeft al z’n beurten…”.

Sjors legde Martin uit dat het een grote, dure reparatie zou worden. Het hele blok eruit en  open maken. Ze konden dat zelf wel fiksen, maar meer dan de helft konden ze hem voor de motor echt niet bieden. Martin wees het af, zei dat hij wilde uitvissen wat er aan de hand was en dat hij hem zo niet wilde verkopen. Ze namen beleefd afscheid, bedankten elkaar netjes voor de moeite en de gebroeders vertrokken. In de auto zei Sjors grinnikend: “dat was fase 1, nu is de beurt aan Jos”. Ed voelde zich alles behalve geweldig.


Een paar dagen later belde Jos Martin. Hij wilde de motor graag zien en of hij ook kon proef rijden. Zo ver kwam het echter niet. Toen hij de motor bekeek startte hij hem, luisterde aandachtig en zette hem prompt weer uit. “Het blok staat op het punt uit z’n lagers te lopen.  Dat had je zelf zeker ook al ontdekt?” zei hij bijna beschuldigend. Hij deed zelfs geen bod, zei dat ie hier geen zin in had en vertrok. Op de terugweg was Jos niet trots op zichzelf.   

Martin had na z’n vertrek nog zeker een kwartier vertwijfeld op handen en knieën rond de  motorfiets met draaiende motor rond gekropen. Hij snapte er niks van, er was absoluut niks afwijkends te horen. Met tranen in z’n ogen deed hij verslag bij Karen.

Ze hadden geen geld voor dure reparaties,  zei hij, dus als iemand hem zo wilde overnemen dan was ‘t het beste om dan maar een lager bod te accepteren.


Een weekje daarna sloeg Viktor zelf toe. Hij kreeg de motor voor bijna de halve prijs.

Toen hij twee dagen voor kerst de motor ging halen, Ellen bracht hem met de auto, nodigde

Karen hen binnen voor een kopje koffie. Viktor voelde nattigheid en deed net of hij niet kon wachten om van z’n motor te genieten, hij wilde liefst meteen rijden.

Ellen vond echter dat ze zo’n vriendelijk aanbod niet konden afslaan, dus werd het koffie.

Ellen ’s buik was aanleiding voor wat geïnteresseerde vragen over en weer; “wanneer komt de kleine, hebben jullie de kinderkamer al klaar?”. En “oh, jullie zoon gaat volgend jaar al naar de middelbare”, het werd een gemoedelijke en gezellige babbel.

Hoewel Martin en Karen zeker geen “klaagzang” hielden kwam ter sprake waarom ze de motor moesten verkopen. Ellen knikte meelevend, ze had het al van Viktor gehoord. 

Op weg naar huis overdacht Ellen één bepaalde opmerking van het stel dat ze niet helemaal kon plaatsen; “Fijn dat Viktor zo’n handige sleutelaar is”, zei Karen op een gegeven moment. “Martin is helaas niet technisch, dát had ons anders veel kunnen besparen”.

“Viktor sleutelaar”, dacht Ellen, “yeah… right…

Die heeft zeker weer interessant zitten doen, zal ‘t eens aan hem vragen”.


‘s Middags moest Viktor nog even naar het winkelcentrum. De kerstsfeer had er duidelijk toegeslagen sinds z’n laatste bezoek; Sint was uit, Santa was in. Overal kleurige ballen, lichtjes, dennebomen, veel kunstsneeuw, kerstmannetjes. En natuurlijk kerststalletjes, herders, drie koningen, kribbetjes. Uit de speakers terroriseerden Jingle Bells en White Christmas het gehoor. In de hal, kruispunt van diverse winkeltunnels zat nu, op de stoel waar Sinterklaas laatst nog kleuters valse beloftes deed, een Kerstman.

En niet zomaar eentje met zo’n mottige veredelde rode badjas en wattige baard, maar een statige persoon met natuurlijke zilvergrijze haren en baard, en een satijnen rode mantel.

“Wow”, dacht Viktor “dat zou zó de echte kunnen zijn”,  en dan opeens: “het is hem !”.

Er kroop een huivering door hem heen toen de Kerstman Viktor recht aankeek en hem met zijn ogen volgde. Plots wenkte hij Viktor die verbaasd bleef staan en de Kerstman  gebiologeerd aanstaarde. De wereld om hem heen leek te vervagen en als in trance zag hij de Kerstman praten. Hij hoorde hem niet via de oren, maar in zijn hoofd klonk: “Wilde jij die motor nou echt zó graag dat je je verlaagt tot valse trucjes, Viktor ?

Laat je toch niet meeslepen in slinkse ‘oplossingen’ van raadgevers zonder scrupules. 

Da’s toch niks voor jou jongen, je weet toch: eerlijk duurt het langst.

En ja, misschien kan zoiets iedereen in een vlaag van gemakzucht, hebzucht, onnadenkendheid soms overkomen, maar dit moet je écht gaan rechtzetten hoor.

Echt. Dan krijg je er van mij eentje met Kerst, een droommotor. Beloofd !”.

De wereld om hem heen kwam weer terug. Verbaasd en verdwaasd liep hij snel verder.

Hij wist niet hoe snel hij daar weg moest wezen.

Weer buiten sloeg de twijfel toe. Grote twijfel.

Waar was hij in hemelsnaam mee bezig geweest ?

En hoe vertelt hij het aan Ellen ?


“WATTT” brieste ze, “Wát hebben jullie geflikt ?”. Ze was geschokt.

Viktor keek beschaamd naar de grond. Toen Ellen naar zijn “sleutelvaardigheid”  vroeg had hij opgebiecht hoe ze Martin lieten geloven dat de motor bijna vastgelopen was. Viktor zei dat hij hem wel zelf kon repareren en toen heeft Martin hem tenslotte uit wanhoop, voor een schijntje aan hem overgedaan. “Hoe kan je nou in hemelsnaam zoiets doen?”,

Ellen beefde van verontwaardiging en haar ogen schoten vuur.

“Dat zijn schatten van mensen, geen greintje achterdocht tegenover anderen”. 

Viktor slikte, hij wist niet wat te zeggen.

“Het ergste van alles”, ging ze verder, “is dat die  lui in de problemen zitten. En daar heb jij op verachtelijke wijze misbruik van gemaakt .Walgelijk !

Zeker weer een ideetje van die fijne vriendjes van je hè ?”.

“Nee, niet de jongens”, zei hij bedeesd, “Sjors, de broer vv..”.

“Sjors… Sjors, nee, maar dán is het oké zeker. Komop zeg, jullie zijn toch zelf in dit spelletje meegegaan. Hoe kón je nou Vik, hoe kón je?”.

“We moeten de motor teruggeven”, meende Viktor”. “Ja, die breng je zéker terug ! Morgen. En dan gaan we ons bij hen verontschuldigen. En voor jou heb ik een verrassing;  er komt géén andere motor, want jij gaat je geld niet  terugvragen van Martin”.

“Morgen is het de 24e “, zegt Viktor zacht. “Nou en?”. “Nou, kerstavond, dan kunnen we daar toch niet zomaar binnenvallen?“. “Nee, we gaan overdag. Ze zijn thuis, Karen heeft vrij”. Viktor knikt schuldbewust: “oké, je hebt gelijk. Ik snap ook niet wat me bezielde, maar we moeten het inderdaad ongedaan maken. Dat zei de Kerstman ook al”.

Ellen keek hem aan, “Kerstman ? Welke kerstman? Waar heb jij het nou over ?”.

Hij vertelt van die indrukwekkende Kerstman op de stoel in het winkelcentrum die hem

– bij naam notabene – aansprak over de manier waarop hij die motor had verkregen.

“En dan de strengheid van die Kerstman”, hij huiverde nog bij de gedachte, “ik voelde me een jochie van vijf”. Ellen keek hem nu onderzoekend aan en zei: “Ja maar… Er is helemaal nooit een Kerstman geweest in het winkelcentrum. Wel Sinterklaas; actie van de middenstand die hem snoepgoed en kleine cadeautjes liet uitdelen aan kinderen.

Je kon je kind bij Sint op schoot laten fotograferen, je weet wel.

Maar een kerstman? Doen ze niet aan; Sint én Kerstman, dat wordt te duur”.

Viktor keek ontdaan, geschokt. “Natuurlijk wel. Hij heeft tegen me gesproken. Mij berispt. Ik… ik… geloof me, echt. Ik zweer het je…”. Hij keek haar vertwijfeld aan.

Ellen zag dat hij het 100% meende. Of hij het zich nou ingebeeld had of niet, voor hem was dit de waarheid. Viktor voelde het bloed uit z’n gezicht weg trekken, zijn hart bonsde in z’n keel. Wat was dit ? Wat was daar gebeurd ? Wie had hij gezien ?.


Martin en Karen waren verbaasd en nogal overdonderd toen Viktor, Ellen, Ed en Jos met een grote bos bloemen zomaar voor de deur stonden.

Toen Viktor zijn maten had gebeld om te vertellen wat Ellen en hij gingen doen wilden zij  ook graag mee. Het zat hen ook helemaal niet lekker, ze schaamden zich ontzettend en wilden graag persoonlijk hun excuses aanbieden.

Ed zei dat Sjors niks verkeerds zag in hun actie. En dat die stomme verkoper maar niet zo naïef had moeten zijn; eigen schuld. Verkocht is verkocht.

Martin was vooral erg blij dat hij niet gek bleek te zijn geworden. Hij wilde aanvankelijk het geld niet houden. “Oh jawel ! Dat wil jij wel”, zei Ellen beslist. “dat komt jullie gewoon toe !”.

Karen schoot in de lach en zei: “Sow… jij kan best wel een beetje streng zijn hè?“.

“Zeker, wat denk je, met zo’n stel ‘volwassen’ apen over de vloer? “ antwoordde ze.


Op kerstochtend, nadat Viktor en Ellen elkaar een kerstcadeautje hadden gegeven zagen ze onder de kerstboom, beetje achteraf, een pakje.

Hij keek haar aan, maar zij bezwoer hem dat het niet van haar kwam.

“Misschien een van de jongens… van de week… ongezien…”.

Op het labeltje stond: “Voor Viktor, zoals beloofd”.

“Zoals beloofd ?”, hij keek vragend, haalde z’n schouders op en pakte het uit.

Het was een schaalmodel van zijn droommotor. Waanzinnig gedétailleerd, in de juiste kleur en met alle accessoires, psies zoals het origineel. Het zat in een ‘display box’ van doorzichtig kunststof, waarin in reliëf, merk, type en uitvoering was geëtst. “Ongekend”, zei hij verrast, “als ik zelf schaal 1:10 was zou ik er zó op kunnen weg rijden. Wat een kwaliteit.

Ik heb nog nooit eerder een model van een ‘customized’ motor gezien, welke fabrikant maakt zoiets eigenlijk?”. Op de onderkant van de box stonden letters; ‘SCASMC‘ met eronder een dikke streep. “Hmm, dat merk ken ik niet”, zei hij.

“Wacht…”, zei Ellen, “da’s geen streep, dat lijken wel hele kleine vette lettertjes”.

Ze haalden oma’s borduurloep erbij.

“Ohh...” was alles wat Viktor kon uitbrengen toen hij las: 

Santa Claus’s  Authentic Scale Model Company”.



Einde.